De zomervakantie is aangebroken. Je merkt het in de straten. Die lijken stil en verlaten. Soms staat er ergens een fiets voor de voordeur of een caravan op een oprit. De enige plek waar mensen lijken te zijn, is in de supermarkt. Want eten willen we. In de avond klinkt het geluid van water dat aan de planten wordt gegeven of gelach en muziek bij de barbecue. Het is relatief stil. Alleen de vogels blijven over. Die blijven. Kijken, naar of ze ergens nog wat menselijk eten uit een container kunnen vissen. Vooral meeuwen. Die zijn het ergste.
Huisoppas
Mini-vakantie bij anderen in huis. Dat is wat ik ervaar. In het huis kom ik alleen om te koken. Leven en slapen doe ik in het tuinhuis. Dat voorzien is van sanitair, een luxe bank met televisie en een bed waar gelukkig een ventilator bij staat. Want warm is hier een understatement. Daar waar je denkt dat de tuin ophoudt, begint de vijver en daarachter staat nog een zwembad. Ik schrijf deze tekst bij de ondergaande zon op het ligbed. Vanwaar ik kan kijken naar de vijver en omhoog naar de pruimenboom die boven mij uit torent.
Man vs. Bee
Ontsnappen aan onze eigen realiteit willen we soms allemaal. Ik vind het heerlijk om een week een ruime tuin te hebben waarin niemand ziet wat ik doe. Niet dat het me kan schelen als anderen mij zien, maar een mate van privacy is fijn, toch? Ik leef met een balkon en daar moet ik het nog even mee doen. Hier heb ik de kans om met het geluid van tjilpende mezen rustig te worden, te lezen waar ik dat heerlijk vind en mij niet hoef te irriteren aan de geluiden van anderen. Dat maakt een week aangenaam, alsof het ‘vakantie’ is. Net als Rowan Atkinson in Man vs Bee. Hilarisch.
Het is relatief stil. Zowel buiten als bij mij. De zomervakantie laat de buurt naar het buitenland vluchten, terwijl ik in een oppashuis ben gaan zitten. Ik kijk naar de bijen die hier bij de vele planten zoemen en luister naar het niks. Heerlijk. Ik neem mijn e-reader bij de hand voor het volgende boek en wens dat dit gevoel nog lang mag duren.




